Vooraannames
Er zijn tal van prolegomena die invloed hebben op de uitleg die er aan het boek Openbaring, of andere Bijbelboeken, gegeven wordt. Hoewel uitleggers vaak aangeven dat ze de letterlijke betekenis van een tekst gebruiken wordt dit toch niet altijd gedaan. Vooral als dit een conflict geeft met een uitleg die ze al aan andere Bijbelgedeeltes hebben gegeven. We noemen we dit prolegomena (vooraannames). In dit hoofdstuk willen we aandacht besteden aan de belangrijkste prolegomena. Hierbij kunnen prolegomena bestaan uit prolegomena voor de hele Bijbel maar ook prolegomena die gebaseerd zijn op de Bijbelboeken voor het boek Openbaring.
Prolegomena op de volgende gebieden kunnen invloed hebben op de uitleg van het boek Openbaring en bepalen vaak mede de hermeneutische keuzes die men op basis daarvan maakt:
Belangrijke prolegomena komen voort uit de keuzes die men gemaakt heeft over het verband tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. De eerste christenen en gemeentes hadden in eerste instantie alleen het Oude Testament. Voor hen moet het vanzelfsprekend zijn geweest om het evangelie te verkondigen op basis van het Oude Testament1. In de periode van 50 na Christus tot 100 na Christus kwam ook het Nieuwe Testament tot stand. Dit was toen nog een losse verzameling evangeliën en brieven. Rond 144 na Christus beweerde Marcion dat het Oude Testament van een andere God was dan het Nieuwe Testament2. Tertullianes verdedigde de eenheid tussen het Oude en Nieuwe Testament. Pas in het jaar 367 was er een officiële lijst in een rondzendbrief van Athanasius met de 27 canonieke boeken zoals wij die nu ook kennen3. De discussie ging toen voornamelijk nog over een paar boeken, Hebreeën, omdat dit niet van een apostel was, en het boek Openbaring waar met name de Oosterse kerk nog moeite mee had.
Na de vaststelling van de officiële canon is de volgende vraag wat het verband is tussen het Oude en het nieuwe Testament. Is er een sterke tegenstelling tussen het Oude en Nieuwe Testament of lopen het Oude Testament en het Nieuwe Testament in elkaar over zoals Bucer beweerde en heeft het karakter van de vergrotende trap4 Het Nieuwe Testament is gebouwd op het fundament van het Oude Testament en vertelt over het volbrachte werk van Christus en wat dat voor ons betekent5. Van groot belang voor het boek Openbaring is hierbij hoe men aankijkt tegen de verhouding tussen het Oude en het Nieuwe verbond en voor wie het Nieuwe verbond bestemd is. Heel wat theologen van de kerk uit de Reformatie hebben gemeend dat God Israël heeft afgeschreven als volk van het verbond vanwege hun verwerping van Jezus. De kerk is dan het nieuwe volk van het nieuwe verbond, het geestelijk Israël6. Calvijn vond het oude en nieuwe verbond in essentie één maar in bediening gescheiden7. Toch zegt Calvijn aan de andere kant dat de verbondstrouw van God groter is dan de ontrouw van Israël. Hij bleef de bekering van Israël verwachten8. Luther zag een scherpe tegenstelling van wet en genade tussen het Oude en Nieuwe Testament. Meer recent is de visie hierop van E.P. Sanders9 die er op wijst dat het verbond van het Oude Testament al berust op genade. De basis is niet het wetticisme, het dienen van God om de beloning, maar de verzoening, de genade van het verbond, waarbij het binnen de wet blijven leidt tot zegen en overtreding leidt tot vloek. De rede van Mozes in Deuteronomium10 over zegen en vloek loopt uit op de verzoening bij bekering.
Jan Hoek ziet een doorgaande lijn tussen het oude en nieuwe verbond. Israël houdt een bijzondere plek in het hart van God. Het verbond wordt vernieuwd en verbreed. De tussenmuur wordt weggehaald en de heidenen (die er het laatst bijgekomen zijn) delen nu samen met de joden in de beloftes11. We moeten volgens hem zowel de “vervangingstheologie”, als de “tweewegenleer” vermijden. Er is maar 1 weg tot redding en dat is Jezus. De “vervangingstheologie” gaat uit van de verwerping van Israël doordat ze het verbond verbroken hebben en Jezus verworpen hebben. De gemeente is dan in de plaats gekomen van Israël. De “tweewegenleer” ziet een aparte weg voor Israël en de gemeente. De verbonden met Israël en de profetieën over Israël blijven dan strikt gelden voor het natuurlijke volk Israël. De gemeente, die op de 1e pinksterdag ontstond, was in het Oude Testament nog niet bekend en is er bij gekomen. Boersma zegt als reactie hierop dat heel het Oude Testament is vervuld in Christus. De gemeente is echter geen intermezzo maar de vervulling van Israël12. Irenaeus (130 – 200 na Christus) noemde de kerk ook al de vervulling van het verbondsvolk13. Persoonlijk geloof ik dat Israël, het volk van God, de gemeente is, in eerste instantie bestaande uit joden waar later de heidenen bij zijn gekomen. Toetreding is door besnijdenis van het hart14. Nu is er nog een gelovige rest onder de joden maar aan het einde zullen ook de joden massaal tot bekering komen.
Het woord verbondstheologie15 wordt ook vaak genoemd en houdt in dat God met Adam een verbond sloot. Adam was representant van de hele mensheid. Zijn ongehoorzaamheid leidde tot een vloek voor de hele mensheid. Volgens deze theologie kwam Jezus als 2e Adam16 en was vrij van de vloek. Hierdoor betekent dit gerechtigheid voor iedereen die in Hem gelooft. Dit wordt met name in Calvinistische kerken aangehangen17.
Dan is er nog het Koninkrijk Gods en het verband hiertussen in het Oude en Nieuwe Testament. Belangrijk hierin is de profetie aan David over het koningschap van zijn huis18. Dit zal een eeuwig koningschap zijn. Maar is dit een aards of een hemels Koninkrijk? De joden en discipelen waren in afwachting van dit Koninkrijk en hadden verwacht dat Jezus deze (aardse) Koning zou worden. Het is dus belangrijk wat het verband is tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament hierin. Pentecost geeft in zijn boek een overzicht over het Koninkrijk Gods zijn diverse interpretaties19:
Het voert te ver om hier alle achtergronden toe te lichten. Soms wordt het Koninkrijk Gods en het Koninkrijk der hemelen door elkaar heen gebruikt of in een verschillend evangelie voor de zelfde situatie gebruikt.
Johannes de Doper kondigde aan dat het Koninkrijk der hemelen nabij was20. Jezus besteedde veel aandacht aan het Koninkrijk der hemelen. Het evangelie van Johannes noemt het slecht drie keer en verteld dat Jezus zegt dat je het Koninkrijk niet kunt zien of binnengaan als je niet wedergeboren wordt en dat het Koninkrijk niet van deze wereld is21. De discipelen hadden, voor hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest, de verwachting dat het koningschap voor Israël weer hersteld zou worden22. De discipelen dachten in het begin nog steeds dat heidenen na bekering besneden moesten worden. Pas later veranderde dit toen duidelijk werd dat de Heilige Geest ook aan onbesneden heidenen gegeven werd23. Paulus, apostel der heidenen, schrijft in de brief aan de Efeziërs hoe de tussenmuur verwijderd is en in de brief aan de Galaten hoe de gelovigen behoren tot het geestelijk zaad van Abraham. Het gaat om de besnijdenis van het hart en niet om de uiterlijke besnijdenis.
De belangrijkste belofte die in het Oude Testament gedaan is en nog vervuld moet worden is de bekering van Israël24. Volgens G vd Brink blijft daarmee ook de landbelofte van kracht25. Daartegenover staat de visie dat deze belofte ingevuld zal worden in het hemelse Kanaän.
Wat betreft de regering van Jezus op aarde zijn er ook verschillende zienswijzen26 die met de bovenstaande visies samenhangen27:
Jezus regeert nu al en Zijn Koninkrijk omvat de geestelijke en de natuurlijke wereld. Hij is de Schepper van de wereld en houdt de wereld in stand.
Jezus regeert nu al door middel van de gemeente die nu Zijn lichaam is waarvan Hij het hoofd is28.
Jezus komt straks lichamelijk terug in glorie en macht en zal dan op aarde vanuit Jeruzalem de hele aarde regeren. Dit is het 1000-jarig vrederijk. Na dit rijk zal de satan nog eenmaal losgelaten worden en velen verleiden tot opstand. Jezus zal hen allen overwinnen. Hierna komt het laatste oordeel en de nieuwe hemel en aarde.
Pas aan het einde der tijden komt Jezus terug in glorie en macht voor het oordeel en zal de aarde en hemel vernieuwen en hierover regeren. Dit is een eeuwig Koningschap.
Dan is er nog de vraag of de talrijke profetieën uit het Oude Testament inmiddels vervuld zijn of dat deze nog wachten op vervulling. Zal deze vervulling een materialistische vervulling zijn of een geestelijke of een combinatie van beiden.
Een geestelijke vervulling baseert zich op het beeld dat in het Nieuwe Testament opgeroepen wordt door het uitdrijven van demonen door Jezus en de relatie tot het Koninkrijk29, het geestelijk zaad van Abraham30, de brief aan de Efeziërs die over de strijd in de hemelse gewesten spreekt in plaats van de strijd tegen vlees en bloed. Hierbij is dan de tempel de gemeente en/of de gelovige, Jeruzalem de gemeente en de berg Sion de Heilige Geest31. In de kern komen de keuzes die de meeste invloed hebben op de hermeneutische keuzes in de uitleg over Openbaring hier op neer:
· Moet het Nieuwe Testament door een (materialistische) bril van het Oude Testament gelezen worden. Kun je hier de krant naast leggen? Is de gemeente er bijgekomen en is er nog steeds een apart programma voor Israël?
· Moet het Oude Testament door een geestelijke bril van het Nieuwe Testament gelezen worden. Is het een vooruitwijzen op Jezus en in belangrijke mate een geestelijke typologie voor ons? Zijn de heidenen als geestelijk zaad toegevoegd aan Israël?
· Moet het Oude Testament en het Nieuwe Testament los van elkaar gelezen worden. Is alles uit het Oude Testament vervuld en staat nu het Nieuwe Testament centraal.
· Zijn de apocalyptische beelden nog wel van deze tijd en moeten we de Bijbel ontmythologiseren. Moeten deze verhalen symbolisch of allegorisch uitgelegd worden. Of zijn deze beelden realiteit in de geestelijke wereld en uiterst actueel.
Persoonlijk geloof ik dat de apocalyptische beelden in de Bijbel heel reëel zijn en dat veel wat we om ons heen zien gebeuren er op wijst dat er een grote strijd gaande is in de hemelse gewesten. Ook geloof ik dat veel van wat in Openbaring staat uitlegt van wat er in de hemelse gewesten staat te gebeuren in de eindtijd. Ook geloof ik dat er veel tekenen zijn die er op wijzen dat we in de eindtijd of in de tijd voor de eindtijd leven. Omdat veel van wat er gebeurt dingen zijn die in de hemelse gewesten gebeuren kan het zijn dat dit onzichtbaar blijft voor grote groepen mensen waaronder Christenen. De gevolgen zijn echter desastreus op geestelijk vlak.
[1] Jezus deed dit zelf ook al tijdens de wandeling met de Emmaüsgangers. Lucas 24:27 “En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.” Zie ook Lucas 24:44-47.
[3] McGrath, Christelijke Theologie, bladzijde 31
[5] Efeziërs 2:19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.
[6] Hoef, R.J. van de, Hetgeen weldra geschieden moet (Kampen: Uitgeverij Kok, 1986) bladzijde 94
[7] Spijker, van ‘t W., Eschatologie (Kampen: De Groot Goudriaan, 1999) bladzijde 229
[8] Hoek, Hoop op God, bladzijde 65
[9] Spijker, Eschatologie, bladzijde 55
[11] Hoek, Hoop op God, bladzijde 47-57
[12] Boersma, Tj., De bijbel is geen puzzelboek: Een confrontatie met de opvattingen van Hall Lindsey (Enschede: Boersma, 1977) bladzijde 55
[13] Spijker, Eschatologie, bladzijde 157
[14] Romeinen 2:29 maar hij is een Jood, die het in het verborgen is, en de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter.
[18] 2 Samuël 7:16 “Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd”.
[19] Pentecost, Things To Come, bladzijde 427, 427 – 445 (Oude Testament), 446 – 466 (Nieuwe Testament), 467 – 475 (Huidige eeuw)
[20] Mattheüs 4:17; Marcus 1:15
[21] Johannes 3:3-5; 18:36
[22] Handelingen 1:6
[23] Handelingen 10:45; 11:1-18
[26] Erickson, M.J., Christian Theology, Second Edition, Part 12: The Last Things (Grand Rapids: Baker Books, sixth printing 2003) bladzijde 786-787
[27] Erickson, M.J., Christian Theology, Second Edition, Part 12: The Last Things (Grand Rapids: Baker Books, sixth printing 2003) bladzijde 786-787
[29] Mattheüs 12:28 “Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.” maar ook Johannes 18:36 “Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.”
[30] Galaten 3:29
[31] 1Co 3:16 Weet gij niet, dat gij [de gelovige] Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 2Co 6:16 Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij [de gemeente] toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. [Hier wordt het beeld van mijn volk aan de gemeente gegeven] Heb 12:22 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion [de Heilige Geest], tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem [de gemeente], en tot tienduizendtallen van engelen,
Reacties naar: redactie @ eindtijddwaling . nl
Jezus Christus is De Weg, De Waarheid en Het Leven
De tekst op deze website is ontleend aan de NBG-vertaling 1951 © Nederlands Bijbelgenootschap 1951. Copyright 2011 Henk Haveman, Eemnes.