Eindtijd Profetie / Dwalingen
Uitleg Methoden
 

 

Allegorese Uitleg

Er wordt niet altijd onderscheid gemaakt tussen een type/typologie en een allegorese.

Een allegorese voldoet vaak aan de volgende kenmerken1:

  1. Het zijn teksten die een “onopgeefbare gezaghebbende status” hebben. Dit noodzaakt tot het vinden van de betekenis.
  2. Er is een ervaringskloof tussen (de wereld van) de tekst en de eigen belevingswereld. De uitleg probeert dit op een creatieve manier te overbruggen.
  3. Er is behoefte om meer met de tekst te doen dan simpel aanvaarden wat er staat. De uitleg heeft de tekst op meerdere wijzen toepasbaar en interpreteerbaar gemaakt.
  4. De uitleg gebruikt de tekst voor eigen/andere doelen die niet direct in de tekst naar voren komen.
  5. De uitleg maakt verschil tussen mensen die ingewijd zijn en niet-ingewijden.
  6. De uitleg sloot aan bij het toenmalige lezerspubliek die een geestelijke betekenis in de tekst verwachtte en de allegorische methode hiervoor gebruikelijk vond.

Deze methode werd vooral sterk toegepast op de Alexandrijnse school met Origenes, die de drievoudige schriftzin ontwikkelde: de lichamelijke, de psychische en de geestelijke uitleg. Hij hield vast aan de letterlijke tekst als spreken van de Geest, bracht een kader aan waardoor het binnen de traditie moest staan maar veroorloofde zich grote vrijheid in de allegorische uitleg, en maakte daarbij gebruik van filosofische begrippen. Hierdoor sloot deze methode van uitleg goed aan bij de belevingswereld in die tijd, zij sloot de letterlijke uitleg niet uit en bood meer mogelijkheden om de ketters uit die tijd van repliek te dienen. Daarom werd dit de belangrijkste methode in de middeleeuwen.

Bij Augustinus kwamen de Alexandrijnse (Origenes, allegorese) en de Antiocheense school (letterlijk, heilshistorisch) samen. Hij vond het belangrijk dat men altijd eerst op zoek ging naar de letterlijke, historische betekenis van de tekst. Daarna kon men op zoek gaan naar de geestelijke betekenis van de tekst. Ook moest alles in het geheel van de Bijbel gelezen worden en onduidelijke gedeeltes uitgelegd worden met behulp van duidelijke gedeeltes3. De uitleg moest altijd uitlopen op de liefde voor God en de naaste. Als dit via de letterlijke uitleg niet lukte dan moest men via de allegorische methode verder zoeken. Er wordt dan afstand genomen van de letterlijke betekenis van de tekst. Hierbij moest de kerk als leergezag de kaders aangeven waarbinnen de uitleg plaats moest vinden. Hij was van mening dat verlichting door de Heilige Geest nodig was voor het begrijpen van de Bijbel. Ook maakte hij onderscheid tussen het teken en de zaak waar het teken voor stond (semiotiek)4. Dit laatste heeft gemaakt dat de sacramenten losgemaakt werden van God en op zichzelf zeggingskracht kregen. Deze vorm van rituele handelingen zijn ook typerend voor alle niet-christelijke religies. De bron hiervan ligt in het afgodische Babylon.
Een voorbeeld van de allegorische uitleg van Augustines is: Openbaring 20:
"2 en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, 3 en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten." De Stad Gods 2.10.7 "En Hij heeft hem in de afgrond geworpen, zegt Hij, nl. de duivel heeft Hij geworpen in de afgrond, door welken naam beduid wordt de talloze menigte van de goddeloze, van wie harten afgrondig en diep zijn in boosheid tegen de Kerke Gods. En hij wordt gezegd daar geworpen te zijn, niet daarom, vermits de duivel daar tevoren niet was, maar daarom wordt hij gezegd daar geworpen te zijn, vermits hij, uitgesloten zijnde van de gelovigen, zoveel te meer begon te bezitten de goddeloze; want diegene wordt meest bezeten van de duivel, die niet alleen vervreemd is van God, maar welke ook om niet en zonder oorzaak hen haat, die God dienen. En heeft hem gesloten, zegt Hij, en heeft verzegeld over hem, omdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren voleindigd waren." De afgrond wordt hier dus vergeestelijkt. Het is geen concrete geestelijke plek maar een aanduiding waar de duivel zich bevindt. Deze uitleg had Augustines nodig omdat hij het duizendjarig rijk gelijk gesteld had aan het tijdperk van de kerk. Om zich heen zag hij na het instorten van Rome dat de duivel nog steeds als een briesende leeuw rondging. Hier was een verklaring voor nodig. Overigens is de keuze van het parallel stellen van het duizendjarig rijk aan de kerkgeschiedenis niet gebaseerd op Bijbelstudie maar op teleurstelling in diegenen die die leer uitdroegen. Zie hiervoor een citaat uit hetzelfde hoofdstuk: "vervolgens volg even als de 7de dag van het Sabbaths, bevat de laatste 1000 jaren, tot houding kwansuis van welken Sabbath de heiligen weer zouden verrijzen en opstaan. Deze mening zou tamelijk verdraaglijk zijn, indien er geloofd werd, dat die vermakelijkheden en die vreugde, welke op die Sabbath, door de tegenwoordigheid van de Heere, de heiligen zullen hebben, geestelijk waren; want, zulks hebben wij ook te eniger tijd gemeend. Maar aangezien zij zeggen, dat zij, die dan zullen opgestaan zijn, zich oefenen zullen in alleroverdadigste vleselijke maaltijden, in welke zoveel spijs en drank zal zijn, dat zij niet alleen geen maat, noch geschiktheid zullen houden, maar zelfs ook de maten van ongelovigheid zullen te boven gaan, zo kunnen zodanige dingen alleen door vleselijke mensen geloofd worden."

Het hermeneutische principe dat Luther volgde was “was Christum treibt”. Hij ging uit van de doorzichtigheid en de helderheid van de Schrift. Passages die onduidelijk zijn worden vooral veroorzaakt door onkunde van de lezer over de betekenis van de woorden en/of de grammatica. Hij verwierp de allegorische methode. Wel maakte hij af en toe van de allegorische methode gebruik om Christus in het Oude Testament te herkennen. Er waren drie redenen om een tekst allegorisch uit te leggen: de tekst geeft zelf aan dat hij niet letterlijk uitgelegd moet worden, een andere tekst geeft aan dat het niet om de letterlijke betekenis gaat of er ontstaat ander een conflict met de belijdenissen. Hiermee creëerde hij een canon in de canon5. Ook hierbij wordt soms de letterlijke betekenis losgelaten.

Calvijn ging nog sterker uit van Sola Scriptura. Hij probeerde steeds de oorspronkelijke betekenis/bedoeling van de tekst te achterhalen. Hij verwierp nog sterker dan Luther de allegorische methode. Bij Calvijn heeft het OT een meer zelfstandige plaats. Wel maakt Calvijn ook gebruik van geestelijke typologie. Het Oude Testament maakt gebruik van letterlijke en materiële voorbeelden, het nieuwe testament spreekt daar direct over. Maar ook in het Oude Testament zagen ze niet alleen uit naar het aardse Kanaän maar ook naar het hemelse Kanaän.

De gevaren van de allegorische methode zijn2:

  1. Het kijkt niet naar de betekenis die de schrijver er aan gegeven heeft maar naar de interpretatie van de betekenis door degene die het uitlegt. Degene die het uitlegt kan er dus eigen dingen aan toevoegen die meespelen in zijn interpretatie.
  2. Er wordt geen Schrift met Schrift uitgelegd maar de interpretatie van de uitlegger is belangrijk. Hierdoor kunnen doctrines van de uitlegger mee gaan spelen in de uitleg.
  3. Er zijn geen toetsingsregels

Kijkend naar Openbaring 22:18-19 dan moeten we concluderen dat de allegorische uitleg een heel groot risico inhoud omdat de letterlijke betekenis niet gevolgd wordt en er vaak iets weggelaten wordt of toegevoegd.

[1] Zwiep. Hermeneutiek bladzijde 56/30

[2] Pentecost, Things To Come,  bladzijde 5-6

[3] Hier geld Hillel regel 6: “Het gelijke in een andere plaats”

[4] Zwiep, Hermeneutiek, bladzijde 123/97 op basis hiervan ontstond ook de hele sacramentenleer in de RK.

[5] Zwiep, Hermeneutiek, bladzijden 136/110..143/117; Luther was negatief over het boek Esther en de brief van Jakobus die hij een strooien brief vindt.

 

Reacties naar: redactie @ eindtijddwaling . nl

Jezus Christus is De Weg, De Waarheid en Het Leven

De tekst op deze website is ontleend aan de NBG-vertaling 1951 © Nederlands Bijbelgenootschap 1951.
Copyright 2011 Henk Haveman, Eemnes.